Article

Euregionaal Forum, report debate Aachen


Border transgression in the Euregion, met BAVO, Evelyne Mertens, Christoph Euler, Christoph Gemerchak, Pieter Caljé, René Thewissen, Michael Wirtz, Melanie Bono

Transgression of the Euregion,  met BAVO, Henk Vos, Christoph Euler

The Euregion as transgression, met BAVO, Jos Hermans, Jacqueline Schoemaker, Maarten Vanden Eynde, David Hasse

 

Concept BAVO

Deel van Euregionaal Forum

Locatie Neuer Aachener Kunstverein Aken, DE

[Donderdag 16 november]

 

EUREGIO

De centrale problematiek van het Euregionaal Forum in Aken vormde de ambivalente status van de grenzen in de Euregio als bron van grensoverschrijdend genot en tegelijk belemmering voor een positief, overkoepelend project tussen de samenstellende delen.

Volgens organisator BAVO is de gemiddelde inwoner en gebruiker opmerkelijk ‘schizofreen’ in zijn houding tegenover de talrijke grenzen die de Euregio doorkruisen. Men overschrijdt de grenzen om te genieten, wat ook deel uitmaakt van de collectieve verbeelding: de nabijheid van een ‘andere ruimte’ die unieke ervaringen en transacties biedt. Toch verzet men zich ook tegen een grotere toenadering en samenwerking tussen de verschillende gebieden. Vaak zet men juist de verschillen dik aan. BAVO vraagt zich af waar deze vreemde gespletenheid vandaan komt.

BAVO duidt deze ‘schizofrenie’ tegen de achtergrond van de globalisering, die evenzeer wordt gekenmerkt door een ambivalente houding tegenover grenzen. De globale economie drijft op nooit geziene transacties van goederen, kapitaal en mensen, en samenwerking via multinationale bedrijven. Zo wordt de relevantie en integriteit van de natiestaat voortdurend geërodeerd. Niettemin blijft men vasthouden aan de natiestaat als primaire eenheid van politieke identificatie, wat volgens BAVO moet worden verklaard vanuit de vele voordelen die multinationale bedrijven halen uit het gebrek aan een krachtige politiek bestuur op mondiaal of zelfs Europees niveau. Volgens BAVO is dit de ‘rationaliteit achter de irrationaliteit’ van de gespleten houding van de gemiddelde Euregionaar ten opzichte van een sterk, grensoverschrijdend politiek bestuursorgaan.

Michael Wirtz (voorzitter van de kamer van koophandel en industrie van Aken) bevestigde dit verhaal en sprak over de horizontale manier waarop bedrijven in de Euregio samenwerken en de grenzen voortdurend overschrijden. Als voorbeeld haalde hij het bedrijvenpark Avantis aan, dat zichzelf in de markt zet als het eerste grensoverschrijdende bedrijvenpark in Europa, misschien wel ter wereld. Hier kunnen werkgevers kiezen tussen verschillende belastingregimes en tussen de Nederlandse en Duitse arbeidsvoorwaarden voor hun werknemers.

Als Euregio-politicus bevestigde Jos Hermans (voorzitter Tweede Kamer van de Stichting Euregio Maas-Rijn) dat dergelijke horizontale, niet door de politiek aangestuurde samenwerking op initiatief van het bedrijfsleven bloeide. Volgens hem moet de Stichting Euregio Maas-Rijn zich vooral richten op het onderwijs en de recent opgerichte task force intercultural education. Hermans vond hier een sympathisant in Melanie Bono (medewerker van het NAK en directeur van het project After cage). Zij stelde zelfs dat grensoverschrijdende interculturele projecten veel beter af zouden zijn zonder de politieke inmenging in de vorm van Europese subsidies. Die inmenging leidt vaak tot geforceerde samenwerkingsverbanden, die niet steeds worden gedreven door een oprechte wil tot uitwisseling. In die zin hield ze een pleidooi voor een Euregio zonder EU.

Maarten Vanden Eynde (kunstenaar) plaatste echter vraagtekens bij het optimistische discours van Wirtz en Hermans. Hij trok het nut en voordeel van lichte, horizontale samenwerking voor de integratie van de Euregio in twijfel. Via een vlagontwerp voor de EU ontwikkelde Vanden Eynde een kritiek op de neoliberale grondslagen van de unie. Door de ‘sterren’ van de nieuwe lidstaten in Oost-Europa weg te laten op zijn vlag, onderstreept hij de ongelijke economische en politieke positie tussen de verschillende lidstaten van de unie, het befaamde ‘Europa van twee snelheden’. Deze tweedeling is volgens Vanden Eynde het gevolg van de onwil om het integratieproces te laten reguleren door de politiek, aangezien men gelooft dat de onzichtbare hand van de markt alle verschillen uiteindelijk zal opheffen.

Cultuurwetenschapper Pieter Caljé en historicus René Thewissen gaven een meer cultuurhistorische benadering van de grensoverschrijdingen in de Euregio. In de presentatie van hun project Frounty (Grenzschaft, Fronté, Grensschap), relativeerden zij de hardheid van de grenzen tussen het BelgischLimburgse en Nederlandse deel van de Euregio. Volgens hen is de grens vooral een product van het interbellum, toen het Albertkanaal werd gegraven om logistieke en militaire redenen. De grens wordt volgens hen verder versterkt doordat beide landen tal van hinderlijke of esthetisch storende elementen langs de grens inplannen (bedrijventerreinen, windmolens, …). Het ‘grensschapproject’ wil deze valse scheiding enigszins verzachten door de voormalige identiteit van het cultuurlandschap weer zichtbaar te maken via ingrepen in het landschap en educatieve programma’s.

Het verlangen van Caljé en Thewissen naar een verloren identiteit en eenheid werd fel bediscussieerd. Jacqueline Schoemaker (onderzoeker Traces of autism) vroeg zich af of deze ‘eenheid zonder grenzen’ van de twee Euregiodelen geen retrospectieve fictie was, met het Albertkanaal in de rol van boosdoener. Caljé en Thewissen voerden echter aan dat de grens tussen het Belgische en Nederlandse deel pas tussen de twee wereldoorlogen een echt harde grens werd. Christopher Gemerchak (onderzoeker CLiC) zette vraagtekens bij het idee van een identiteit zonder grenzen op zich, als een regressieve politieke figuur die het trauma van scheiding tracht teniet te doen, doch gedoemd is om teleur te stellen.

Jacqueline Schoemaker pleitte voor een andere benadering ten opzichte van de ruimtelijke grenzen in de Euregio. Zij pleitte voor de strategie van de autist als een houding waarbij men de grenzen van de Euregio gaat onderzoeken wars van sociaal of cultureel bepaalde normen. De discussie focuste vooral op de hardnekkigheid van de beleving van grenzen, hoe afwezig of denkbeeldig ook, in het bepalen van het gedrag en mobiliteitspatroon van de doorsnee Euregionaar.

Gon Zifroni (onderzoeker Logo Parc) zag in de wazigheid en inconsistentie van de grenzen van de Euregio Maas-Rijn, die zwarte vlekken vormen door het landschap, juist een onschatbaar voordeel. Hij vond dat de Euregio door haar naakte, rauwe landschap een radicaal andere ervaring biedt van directheid en tegelijk ondoordringbaarheid. Hij zag hierin een wapen tegen de toenemende virtualisering van de Europese ruimte, het feit dat deze steeds meer overschreven wordt door tekens en signalen die de gebruiker meer beloven dan het kan bieden, zowel qua ervaring als politiek.

De aanvankelijke discussie maakte op scherpe wijze de verschillende posities duidelijk binnen het debat over mogelijke strategieën voor de Euregio om de gespleten houding ten opzichte van de grenzen te boven te komen. De voorstanders van een meer horizontale, marktgerichte, lichte aanpak kwamen hierbij te staan tegenover de critici; de voorstanders verwijten de critici dat ze een meer politiek gestuurde benadering afwijzen voor het behoud van economische voordelen. Het debat over de fysieke aanwezigheid van de grenzen leverde uiteindelijk interessante voorstellen op om vanuit ruimtelijke perspectief de materiële en immateriële grenzen van de Euregio te relativeren en overschrijden.

Tijdens het forum in Aken werd ook de Franstalige Euregional Forum Paper gepresenteerd. Deze krant bevat teksten van BAVO, verslagen van de eerder gehouden Euregionale Forums in Heerlen en Genk, een verslag over het onderzoeksproject Traces of autism en bijdragen van ‘aanverwante’ onderzoekers Irene Lucas & Christoph Euler, Logo Parc (Katja Gretzinger, Matthijs van Leeuwen, Daniël van der Velden, Gon Zifroni) en Traces of autism (Wim Cuyvers, Maartje Dros, Jacqueline Schoemaker, Jozua Zaagman), Raphaël Cuomo & Maria Iorio en Megan Sullivan.

Categories: Architecture

Type: Article

Share: