Article

Zorg, een sociaal-ruimtelijke opgave

Gideon Boie


04/04/2021, Psyche

Image: PZ Duffel

De uitnodiging voor een studiedag over onzichtbare zorg als sociaal-ruimtelijke opgave toonde een opvallende lapsus. Het programmaoverzicht kreeg de titel: ‘voorbij de afzondering van de uitzondering’. De inzet was komaf maken met de 19de Eeuwse idee om zieken en kreupelen af te zonderen buiten de stad. De abstract noteerde per abuis: ‘voorbij de uitzondering van de afzondering’. Het opende een heel andere vraag over geestelijke gezondheidszorg: de normalisatie van afzondering – voor zover dat überhaupt gewenst is.

De verwarring in de titel toont hoe het denken over onzichtbare zorg of zorgzame buurten sterk gevoed wordt vanuit het ideaalbeeld van een probleemloze symbiose tussen zorg en stad. In het perspectief van geestelijke gezondheidszorg maken we best onderscheid tussen segregatie, het ruimtelijk scheiden van bevolkingsgroepen, en separatie, het afstand nemen van patiënten tot hun omgeving. Als we er vanuit gaan dat deze afzondering met goede reden gebeurt, ligt de uitdaging niet zozeer in het ongedaan maken, maar wel in voorkomen dat het omslaat in segregatie.

De geschiedenis van de psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT) leert dat vermaatschappelijking geen garantie biedt op succes. In het geval van PVT De Wadi in Merelbeke straalde de architectuur niet minder dan vroeger de sfeer van een ziekenhuis uit en bleef het ietwat autonoom functioneren in het dorp. Bovendien aardt niet iedere bewoner van het PVT in de relatieve drukte van het dorpsleven. Zo was er een man die tijdens zijn jarenlang verblijf op de afgelegen campus van KARUS in Melle actief was in het fietsatelier, maar nu in het PVT nauwelijks op straat durfde. (Psyche 31/2)

Het geval PVT De Lorkenstraat toont dat het belang van relationele architectuur. Het PVT werd gebouwd op de grens van het psychiatrisch centrum Dr. Guislain in Gent in de vorm van een straat die aansluit op de buurt. Na verloop van tijd werd een hek geplaatst dat de quasi publieke straat terug afsloot. Kinderen uit de buurt gebruikten het PVT net iets te graag als speelplek, wat voor conflicten zorgde met bewoners. Inclusie is een goede zaak, maar het is niet de bedoeling dat het PVT als pasmunt dient voor een gebrek aan verkeersluwe straten in de woonwijk. (Psyche 24/1)

Een zorgzame buurt moet ook in omgekeerde richting gedacht worden: de mate waarin niet-zorgvragers welkom zijn in een zorgomgeving. Zo werden in de ruimtelijke inrichting van het PZ Duffel wandel- en fietspaden aangelegd die een shortcut bieden tussen dorp en station. Dorpsbewoners en vooral schoolgaande jeugd blijven hierdoor vaak hangen in de groene omgeving van het ziekenhuis. Ook de installatie van permanente kunstwerken in de publieke ruimte (o.a. de Kapel van het Niets) verlagen de drempel, zonder de rust te verstoren. (Psyche 23/4 en 25/4)

Bovendien moet de omgekeerde sociale inclusie gedacht worden in de vormgeving van het ziekenhuis zelf, niet alleen de ruimtelijke inrichting. De experimentele werking van rooming-in binnen de Prikkelarme Kamer van de opnameafdeling Sint Jan in Sint Annendael Diest toont hoe de omgeving van de patiënt deel wordt van de behandeling. De mogelijkheid om te overnachten bij de patiënt kan eventueel het gebruik van de afzonderingskamer onnodig maken. Bijkomend voordeel is dat het personeel kansen krijgt om het netwerk van een patiënt e versterken. (Psyche 30/1)

In het narratief van onzichtbare zorg – evengoed als in het denken over zorgzame buurten en sociale inclusie – dreigt het ruimtelijke element de overhand te nemen op het sociale element. In Belgische context is schaal van stedenbouw doorgaans de breedte van een rijwoning of bouwkavel. Het is dan verleidelijk om ziekenhuizen en andere zorgprogramma’s aan te grijpen als de grotere eenheden om de stad vorm te geven. De voorbeelden hierboven tonen dat het noodzakelijk is om te differentiëren volgens de noden van zorgprogramma’s.

Tenslotte is de omgeving in context van geestelijke gezondheidszorg niet louter een ruimtelijke eenheid, maar evengoed een relationeel element. Het is goed om een brug te slaan tussen ziekenhuizen en hun omgeving – in de ruimtelijke betekenis van landschap, dorp, buurt, etc. Het is nog beter om een brug te slaan met de omgeving van de patiënt – in de betekenis van familie, vrienden en netwerk. Op die manier ligt de uitdaging in het werk maken van een innovatieve ziekenhuisarchitectuur die voorbij gaat aan de gebruikelijke 1-op-1 van zorgverlener en zorgnemer.

Uitwerking van een bijdrage aan het vijfde atelier van de Atelierreeks Take Care!, een initiatief van o.a. De Stadsacademie op 19 januari 2021.

Artikel gepubliceerd in Psyche 33 (1), uitgave van het Steunpunt Geestelijke Gezondheidszorg, april-mei 2021.

Beeld: Job Koelewijn, 101 keer waar het op aan komt (2013), Collectie UPC Duffel

Tags: Care, Psychiatry

Categories: Architecture

Type: Article

Share: