Waarom kunstenaars niet fascistisch genoeg zijn
Lees het artikel in het decembernummer van Rekto:Verso.

Artist Participation in South Africa
The international PR campaign to showcase Rotterdam's robust policy on artist participation is now also tapping into the emerging African art markets.
Denkverbod op liberale kunst
Column over de stellingenoorlog naar aanleiding van de aangekondigde bezuinigingen in de cultuursector.
Maak liberaal kunstbeleid liberaal
Lees BAVO's advies aan staatssecretaris Zijlstra met betrekking tot de noodgedwongen keuzen die de cultuursector in Nederland te wachten staat.
International promotion campaign of the Office for Artist Participation kicks off
The City of Edinburgh will be the first to host an international promotion event of Rotterdam's innovative cultural policies for enforcing the participation of artists in heightening a city's competitiveness and securing social peace on the local level.
Culture and Contestation
The essay 'Neo-Liberalism with Dutch Characteristics: The Big Fix-Up of the Netherlands and the Practice of Embedded Cultural Activism' is published in the book volume 'Culture and Contestation in the New Century'.
Art and Activism
BAVO's essay 'Artists... one more effort to be really political!' is published in the volume 'Art and Activism in the age of Globalisation'.
1:1 Extra City
Primacy of Change
Lezing Project Baksteen
(Anti)neoliberal architecture in Graz
Hybridisering en academisering
The long march towards artist participation in South Africa
De nieuwe elite in Amsterdam
Sustainable urban change in Stockholm
The architect as a human-being / EAAE Conference, Crete
Bevrijdingsfestival
Architecture of shared time
Chto Delat? and Etcetera
Connecting collectivity, friendship, collaboration and mutual inspiration | Mediated by Gideon Boie
Debatten 'Cultureel activisme vandaag'

In zaal De Unie en het SMBA vinden in januari 2011 twee debatten plaats over BAVO's recente boek 'Too Active to Act'.
Kunstenaarsparticipatie aan het KASK
BAVO presenteert de proeven van het Actieprogramma Kunstenaarsparticipatie voor Gent.
Duurzaam internationaal kunstenbeleid in Vlaanderen?
BAVO participeert aan de conferentie Joining the dots in BOZAR
De nieuwe Vlaams Bouwmeester
Opvallend is dat ook de Vlaamse overheid zelf vragende partij was om een praktiserend architect aan te stellen als bouwmeester. Dat is nieuw. Peter Swinnen zal het ambt van Vlaams Bouwmeester combineren met zijn activiteiten als partner-architect binnen 51N4E. De Vlaamse overheid weet als geen ander dat het beroep op architecten loont, benadrukt Swinnen. Interessante architecten moeten niet overtuigd worden om architecturale kwaliteit te leveren. Halszaak is het aanbrengen van de urgentie van architecturale kwaliteit bij bevoegde ministers en betrokken investeerders en ontwikkelaars. Deze urgentie wordt volgens Swinnen zelfs van levensbelang in de bouwprogramma’s voor zorg en welzijn.
Uit eigen praktijkervaring weet Swinnen hoe de partijen “te bezwangeren met architecturale kwaliteit”. Het is in de eerste plaats cruciaal dat de overheid als opdrachtgever “de juiste vraag stelt”. Swinnen ziet hierin de fundamentele opdracht voor een bouwmeester: “Het stellen van de juiste vraag biedt meer garantie bij het komen tot een correct programma en het verkrijgen van een juist antwoord.”
Maar ook het overtuigen van investeerders en ontwikkelaars is een uitdaging. De Vlaams Bouwmeester kwam meer dan eens buitenspel te staan binnen publiek-private samenwerkingen die de Vlaamse overheid onderneemt, zoals recent nog in het dossier van de Oosterweelverbinding en deels ook in Scholen van Morgen. Peter Swinnen is realistisch: “Investeerders blijven investeerders, zij hebben een andere core business en PPS is een nieuwe markt waar winst te halen valt.” Peter Swinnen gelooft in de werking van extra incentives: “Architecturale kwaliteit kan afdwingbaar worden als marktpartners er iets voor terug krijgen. Vandaag wordt architecturale kwaliteit amper gehonoreerd en dat moet veranderen: kwalitatieve architectuur moet beloond worden.”
Een andere uitdaging is het versnipperde werkveld van de Vlaams Bouwmeester. Sowieso beperkt de federale staatsstructuur van België de speelruimte van de Vlaams Bouwmeester tot regionale bevoegdheden zoals o.a. ruimtelijke ordening, verkeer, stedenbeleid, welzijn en onderwijs. Zijn impact op bouwprogramma’s van federale ministeries, zoals justitie of grote stedenbeleid, ligt hierdoor gevoeliger – ook bij gebrek aan een Belgisch Bouwmeester.
Maar Vlaanderen heeft ook zelf geen architectuurbeleid en de Vlaams Bouwmeester is geen Minister van Architectuur. De architecturale en ruimtelijke kwaliteit van Vlaanderen ligt verspreid over verschillende ministeriële portefeuilles en de Vlaams Bouwmeester is ambtenaar binnen het Ministerie van Bestuurszaken. Peter Swinnen ziet hierin echter een kans om “in navolging van Marcel Smets architecturale aandachtspunten te integreren in beleidsnota’s van relevante ministeries.” Hij voegt hieraan toe: “de Vlaams Bouwmeester is slechts een adviseur die anderen ertoe moet aanzetten bepaalde beslissingen te nemen.” Het blijft opmerkelijk dat binnen de recente Architectuurnota 2009-2014 – een unicum in Vlaanderen – geen engagement te ontwaren is van betrokken ministeries.
Het meest centrale en ook succesvolle instrument van de Vlaams Bouwmeester is de Open Oproep. Hiermee ondersteunt de Bouwmeester overheidsinstellingen door te adviseren bij de projectdefinitie en de architectenkeuze. De procedure bestaat uit de selectie van een vijftal vooraf aangemelde kandidaat-architecten die zich kunnen presenteren aan de opdrachtgever. Hoewel het hier om een heel lichte procedure gaat, begrijpt Swinnen dat de Open Oproep de facto een ontwerpwedstrijd geworden is door het aangewakkerde enthousiasme en mercantilisme onder architecten. Een ontwerpwedstrijd die bovendien beoordeeld wordt door opdrachtgevers, geen professionele jury.
Als Vlaams Bouwmeester wil Peter Swinnen de Open Oproep terug naar de oorsprong brengen. De Open Oproep moet weer een architectenkeuze worden op basis van een voorstelling van team en ontwerp. Het moet ook weer jonge architectenbureaus kansen geven om de portfolio uit te breiden en presentatie-ervaring op te doen. En ook de projectdefinitie moet meer overwogen worden om zo de concurrentie tussen de architecten transparanter te maken.
Een ander euvel in de Open Oproep is het gebrek aan opvolging van het ontwerp- en bouwproces. De Vlaams Bouwmeester trekt zich na de architectenkeuze terug en legt de verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever en architect. Swinnen blijft deze werking trouw vanuit principieel - geloof in goed opdrachtgeverschap - en praktisch oogpunt - ontwerpopvolging vergt veel energie van zijn team. Wel begrijpt hij dat de architect vaak alleen staat en het belang van de opdrachtgever in architecturale kwaliteit zo ernstige schade dreigt op te lopen. Een mogelijke piste ziet Swinnen in het stimuleren van opdrachtgevers om een professioneel begeleidingsteam onder de arm te nemen, zoals gebeurt bij complexe bouwopdrachten. Private advieskantoren spelen hier reeds een rol, maar hij wil overwegen hoe ook de Vlaamse overheid haar verantwoordelijkheid kan nemen.
Deze bezorgdheden komen duidelijk voort uit de ervaring van Peter Swinnen als architect met de werking van de Vlaams Bouwmeester, en de erkenning van zijn bijdrage in de groei van 51N4E. Swinnen is dan ook enthousiast over de mogelijkheid om de werking van de Vlaams Bouwmeester, wat hij omschrijft als een transparant instrument om te komen tot architecturale kwaliteit in Vlaanderen, verder scherp te stellen. De functie van Vlaams Bouwmeester biedt hem ook mogelijkheden om hangende architecturale problemen op te pikken, zoals de rol van de architect in PPS – wat in principe een bevoegdheid is van de Orde van Architecten, maar nu een juridisch vacuüm blijkt. De inzet blijft dezelfde: de urgentie van architecturale kwaliteit voor Vlaanderen duidelijk maken en de evidente dienstbaarheid van architecten hiertoe verder aanspreken.







