Kunstenaarsparticipatie valt in de prijzen
Het essay 'Kunstenaarsparticipatie... en hoe het leven en werk in Rotterdam verandert' kreeg een nominatie voor de Hans Baaij Essayprijs 2010.
BAVO contributes to 'Power?... To which people?!'
The volume 'Power?... To which people?!' is edited by the artist Jonas Staal and published by Jap Sam Books, April 2010.
Five Theses on the Neoliberal City
BAVO presented the 'Five Theses on the Neoliberal City' at the first Civic City Conference in Zürich.
Doorstart kunstenaarsparticipatie in Rotterdam
Het Rotterdamse cultuurbeleid eist van de kunstsector een belangrijke bijdrage aan de sociale en economische versterking van de stad. BAVO stelde samen met CBK, TENT, Fonds BKVB en Dienst Kunst en Cultuur (Gemeente Rotterdam) een Actieprogramma op dat het rendement van kunst dringend moet opkrikken.

De Afrikaanse stad als het sublieme object van de architect-planner?
Dat is de vraag die bleef hangen na het bezoek aan een recente conferentie over het Afrikaanse stadscentrum in Pretoria.
New series of events on the borders of Europe in November and December
The events include lectures by Chantal Mouffe, Paul Scheffer and Markus Miessen as well as a film seminar with Ann-Sofi Siden and Maria Iorio & Raphael Cuomo.

Steunactie architecten Lange Wapper
BAVO roept op tot solidariteit met de architecten van de Lange Wapper. De architecten zijn binnen de publiekprivate samenwerking gebonden aan een onwettige escalatieprocedure die hun bewegingsvrijheid en zeggenschap beperkt.
Opheffen censuur in Architectuurnota Lange Wapper
Het Lange Wapper ontwerp van Laurent Ney en Paul Robbrecht is door de aannemer THV Noriant gereduceerd tot een zgn. 'extended idea'. BAVO vraagt de oorspronkelijke Architectuurnota openbaar te maken.
Apartheidstad Pretoria
In de reeks 'Groeten uit...' schreef BAVO een stuk over de Zuidafrikaanse hoofdstad Pretoria en de manier waarop de stedelijke ontwikkeling er nog steeds getekend wordt door haar verleden als apartheidstad nummer 1.

Orde van Architecten moet optreden binnen Oosterweeldossier
De inbreuken op de autonomie van de architect binnen de Oosterweelverbinding zijn een gevaarlijk precedent. BAVO vraagt de Orde van Architecten om een onderzoek in te stellen en zonodig disciplinair op te treden.
Lange Wapper in overtreding met autonomie architectenberoep
Lees in De Architect hoe de Oosterweelverbinding ernstige schade toebrengt aan de unieke, bij Wet geregelde autonomie van de Vlaamse architectuur.
Het Janssens Effect
In de Archined zomerreeks 'Groeten uit...' is een overzicht opgenomen van recente spraakmakende architectuurproducties in Antwerpen en hun bijdrage aan de sociale herovering van deze trotse havenstad.
Architecturale kwaliteit Oosterweelverbinding in het geding
BAVO tekent bezwaar aan tegen het afleveren van een stedenbouwkundige vergunning voor de Oosterweelverbinding op basis van ernstige gebreken met betrekking tot de ruimtelijke en architecturale kwaliteit, de transparantie van het ontwerpproces, de interne kwaliteitscontrole op vlak van het ontwerp en de positie van de architect binnen de publiek-private samenwerking.
De Janssens Werken mobiliseert jonge architecten
Een campagne informeert pas afgestuurde architecten over carrièrekansen in de Stad Antwerpen.

Succesvolle lancering Stedelijk Protocol Kunstenaarsparticipatie
In een besloten Corrillos bijeenkomst in TENT. kreeg een selecte groep kunstenaars en vertegenwoordigers van kunstinstituties actief in Rotterdam de mogelijkheid om van gedachten te wisselen over het nut en voordeel van kunstenaarsparticiaptie voor de stad.
Successful launch Urban Protocol for Artist Participation
In a closed Corrillos meeting in TENT, a select group of artists and representatives of art institutions active in Rotterdam were given the opportunity to discuss the use and advantages of artist participation for the city.
Crisis in de autonome Vlaamse architectuur
Christophe van Gerrewey ontwaart een zorgwekkende hypnose in het Jaarboek Architectuur Vlaanderen 2006-2007 (editie 2008).
De Janssens Werken in De Witte Raaf
Kijk uit naar komende editie van De Witte Raaf (#139) voor een neerslag van het debat tussen bOb van Reeth, Maarten Schmitt, Dirk Pültau en BAVO gemodereerd door Pieter Uyttenhove.

Maastricht: Lieu de Passages?
BAVO moderates the workshop 'Between centers and peripheries' at the conference 'Maastricht: Lieu de Passages?' with Therese Kaufmann, Olivier Kramsch and Angela Melitopoulos.
Debat: Activisme in de Kunst
Naar aanleiding van het initiatief Bureau Kunstenaarsparticipatie neemt BAVO deel aan het debat: Protest! Activisme in de kunst, georganiseerd door Arminius, Rotterdam.
The Post-Neoliberal City
BAVO will participate at the first Civic City Conference in Zürich.
Lecture Markus Miessen
The architect and writer will look at the borders of Europe through three projects including his East Coast Europe.

Lecture Paul Scheffer
The Dutch philosopher will plead for the necessity of borders for an open society like Europe.

Lecture at the JMB Gallery in Toronto
BAVO will expound on its theses on cultural activism today as formulated in its 2007 book.
Lecture Chantal Mouffe
The Belgian philosopher will apply her agonistic thinking on Europe's border problematic.
De architect als natuurlijke bemiddelaar
In het debat 'Architectuur als Buur - 20 jaar later' presenteert BAVO haar studie naar de rol van architectuur in de stedelijke ontwikkeling van Gent.
Creative coalitions and artistic discipline
In the context of Red Light Art, BAVO discusses the two fundamental concepts that guide artist participation in Amsterdam.
Workshop in Beijng
BAVO will participate in an international workshop on the role of the artist in China and Europe.
Etienne Balibar in Maastricht
French philosopher Etienne Balibar will lecture on 'Ideas of Europe: Civilization and Constitution'.

First public debate on the Rotterdam Code
BAVO will present and discuss the 'Rotterdam Code' within a Corrillos meeting June 16, 2009 hosted by Jonas Staal.
Kom werken in Johannesburg, alsjeblieft!
Architect Lindsay Bremner waarschuwde in haar Johannesburg-Talking-Cities lezing voor het verheffen van de vele tegenstrijdigheden en contrasten van Johannesburg tot een sublieme kwaliteit. Of ze hier uiteindelijk zelf aan ontsnapte, bleef de vraag na een vrij ontluisterende lezing.
Johannesburg is onlosmakelijk verbonden met de exploitatie van ’s werelds grootste goudertsreservoirs. Dit maakte haar tot een spectaculair rijke stad - haar budget is het grootste van alle Afrikaanse steden, en zelfs groter dan van menig Afrikaans land. Haar goudverleden liet evenzeer diepe sporen na in de psychische logica van Johannesburg, gebouwd als ze is op speculatie, geluk, fortuin, luxe, bedrog, fantasie en avontuur. Deze kwaliteiten stelden de stad in staat om uit te groeien tot de ‘economy class’ van de Afrikaanse steden: een ideale vestigingsplaats voor zaken, financiën, klein- en groothandel met nieuwe repertoires van overvloed zoals het recente shopping-, zaken- en woondistrict Sandton in het Noorden van de stad.
Dit beeld van Johannesburg als een stad van goud is uiteraard slechts de helft van het verhaal. Johannesburg dankt haar succes evenzeer aan de jarenlange, massale uitbuiting van de oorspronkelijke bevolking door de Europese kolonisten. De apartheidideologie was een politieke oplossing om de zwarte bevolking te degraderen tot een arbeidsreservoir dat zonder scrupules kon worden uitgebuit in mijnen en fabrieken, en kon worden geïsoleerd in desolate kampen. Gelijktijdig werd het blanke leven gepromoveerd tot iets superieur, dat veilig gesteld moest worden in suburbs, en was uitverkoren voor de geprivilegieerde jobs in de diensten- en zakensector. Deze tweedeling is volgens Bremner ook in het huidige, ‘eengemaakte’ Johannesburg nog alomtegenwoordig. Naast het rijke Sandton, en slechts ervan gescheiden door een snelweg, ligt de overbevolkte slum Alexandra, een gigantische blinde vlek in de formele economie met een werkloosheidsgraad van 60 percent.
Bremner identificeert verschillende ruimtelijke praktijken en discoursen die deze overgeërfde dualismen willen overstijgen. Als eerste zijn er de overheidsprojecten die gedreven worden door de ambitie om een nieuwe, nationale, democratische eenheid te smeden en ‘een betere wereld te creëren voor iedereen’. Dit leidt enerzijds tot een obsessie met quota voor het realiseren van infrastructuur (aantal kilometers riolen en wegen, aantallen sanitaire voorzieningen, bushokjes enzovoorts). Anderzijds voedt het een stroom aan nieuwe monumenten zoals het Walter Sisulu Square en Hector Peterson Museum in Soweto of het Apartheid Museum in Ormonde. Zoals de befaamde Truth and Reconciliation Commision moeten deze projecten de symbolische balans herstellen. In dezelfde lijn, moeten ook de trits aan nieuwe, transparante en laagdrempelige gerechtsgebouwen worden gezien.
In de politiek van positieve discriminatie waarmee de Zuid-Afrikaanse overheid de historisch gegroeide ongelijkheid poogt teniet te doen, ziet Bremner een tweede bepalende kracht achter het landschap van het huidige Johannesburg. Van de ene dag op de andere ontstond hierdoor een elite van superrijke zwarten. Deze plotse promotie gaat in veel gevallen gepaard met een excessieve consumptiedrang waarin met name gebouwen een belangrijke rol spelen; ruimtes als paleizen van consumptie en spektakel waarin de symbolen van de nieuw verworven status en rijkdom kunnen circuleren. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals Melrose Arch moeten worden begrepen tegen deze achtergrond. In een stad die omwille van rassenpolitiek nooit een ‘hele’ stedelijkheid kon genereren, creëert dit ministadje, lustig refererend naar Europese clichés, een pseudostedelijkheid waar de nieuwe elite haar rijkdom kan etaleren. Positieve discriminatie leidt zo tot een lappendeken van enclaves van consumptie, waarmee niet alleen de toekomstige kansen op een coherente stad de nek wordt omgedraaid, maar ook de stedenbouw van Apartheid wordt herhaald.
Bremner is ook positief. In lijn van president Mbeki’s Afrikaanse Renaissance, ziet zij een alternatieve, Afrikaanse moderniteit tot stand komen. Ze situeert deze met name in de alledaagse praktijken waarmee verschillende spelers de ruïnes van het Apartheidregime proberen te bewonen. Dit creëert volgens haar een hybride, heterogene stedelijkheid waarin verschillende werelden samenkomen. Voorbeelden hiervan zijn crèches op daken, leegstaande hotels die herprogrammeerd worden tot verticale marktplaatsen, winkelformules die een kapsalon en tweedehands PC-winkel verenigen, rurale vormen van voedselproductie midden in het stedelijke centrum en megaposters met zwarte figuren op ex-apartheidgebouwen.
Volgens Bremner worden juist deze meer originele materiële praktijken bestreden door wat zij sociaal-stedelijke oorlogvoering noemt. Planners en architecten spelen hierin een belangrijke rol. Zij worden gevraagd om wat wordt waargenomen als wanorde te formaliseren. Een voorbeeld hiervan is Metro Mall, een uit meerdere lagen bestaand parkeer-, markt- en winkelgebouw dat is bedoeld om de welbekende chaos van bustaxi’s en informele marktjes in het centrum van Johannesburg te regelen. Volgens Bremner leidde dit slechts tot een verplaatsing van de ‘chaos’.Taxi’s en handelaren die de tarieven van de standrechten niet konden of wilden betalen, verhuisden hun activiteiten naar elders in de stad.
Hoe de Afrikaanse moderniteit beter kan worden uitgespeeld, illustreert Bremner met een eigen project, dat ze deed samen met 26’10 SOUTH Architects. Het gaat om de wederopbouw van de oude, verlaten en verwoeste Sans Souci cinema in Kliptown (een township in Johannesburg). Zij stelde zich de vraag met welke minimale ingrepen de ruïne opnieuw kon functioneren als een cinema. Het aanbrengen van een laagje verf op een muur, een paar lichte panelen, een dak tussen twee oude muren en een neonbillboard bleken hiervoor voldoende. Volgens Bremner wordt met deze simpele interventies een veld van mogelijkheden gecreëerd, dat ruimte laat voor improvisatie.
Tijdens de discussie waarschuwt Bremner de vele tegenstrijdigheden van Johannesburg niet te verheffen tot de unieke, sublieme kwaliteit van de stad want daarmee erkent men volgens haar dat alle hoop op het vinden van oplossingen is opgegeven. Toch kan men zich afvragen of haar eigen strategie niet evenzeer een romantisering doorvoert. Het is één ding om vanuit de informele ruimtelijke praktijken van de paupers in Johannesburg een kritiek te lanceren op de formele stad; om hierin een belichaming te zien van modernistische waarden zoals flexibiliteit, emancipatie, multifunctionaliteit, complexiteit, vergankelijkheid, mobiliteit enzovoorts. Deze Afrikaanse moderniteit wordt echter ook geproduceerd door een regime dat zich volledig heeft overgegeven aan de neoliberale ideologie. Terwijl projectontwikkelaars maximaal geaccommodeerd worden, wordt naar de andere helft van de bevolking een politiek van zelfredzaamheid gepredikt als duurzame strategie tegen de armoede. Het creatieve minimalisme van de informele stedelijke praktijken in Johannesburg – in essentie de overlevingsstrategie van het onfortuinlijke deel van haar populatie – kan hierdoor niet losgezien worden van een systeem dat zich ver houdt van elke ernstige poging om de tweedeling van de stad op te heffen. Tekenend hiervoor was de opmerking van Bremner dat het Departement van Planning van Johannesburg, toch een stad met 3,5 miljoen mensen, slechts 6 man telt. Volgens haar is dit symptomatisch voor de meer algemene desinteresse van de politiek in planning. Ze riep de aanwezige architecten en planners dan ook met klem op om dit tekort op te vullen door naar Zuid-Afrika te emigreren.
Lindsay Bremner is onderzoeker op de Wits School of Arts (University of the Witwatersrand, Z.A.). Over een maand zal ze een aanstelling als professor Architectuur aan de Temple University (Philadelphia, V.S.) aanvaarden.


