Article

Een kamer in het bos

Gideon Boie en Vjera Sleutel


14/09/2022, Psyche

Image: Kurt Deruyter

Een spiegelende deur glinstert in het bos aan de rand van het zorgcentrum. De deur staat vrij op een betonplaat dat lijkt te zweven boven de bodem. De installatie definieert een eigenzinnige ruimte zonder muren en zonder dak boven je hoofd. Welkom in de ‘Open Kamer’ (2006), een kunstwerk dat Richard Venlet ontwierp in opdracht van Monnikenheide, residentieel centrum voor personen met verstandelijke beperking. Het werk werd gerealiseerd als kunstintegratie bij de renovatie van het hoofdgebouw door 1% van het budget te wijden aan kunst. Anders dan het obligate kunstwerk aan de muur of standbeeld in de tuin, vormt de Open Kamer een kunstwerk in de publieke ruimte, toegankelijk voor iedereen.

De Open Kamer vormt een opmerkelijk bouwwerk in de marge van het zorgcentrum voor personen met een mentale beperking. De vormgeving tart de gangbare elementen van architectuur, toch zoals deze beschreven werden door Rem Koolhaas. Je hebt de deur helemaal niet nodig om de open kamer te betreden en je kan er ook niemand mee buitensluiten. Muren ontbreken als afscheiding van binnen en buiten. Met groot gemak kan je de betonplaat op en af stappen. Een kleine helling is zelfs voorzien voor toegang van mindervalide personen. Vensteropeningen zijn niet nodig om uit te kijken. Evenmin biedt de kamer een dak boven je hoofd, integendeel in deze kamer wordt je blootgesteld aan de natuurelementen.

De Open Kamer vestigt de aandacht op een vergeten, primair element van de architectuur om een binnenruimte te creëren. Het begin van architectuur ligt in het bedekken van de aarde, schreef Bart Verschaffel naar aanleiding van de Open Kamer, net zoals het picnicdeken, strandhanddoek of zelfs een tafel. In deze betekenis verheft de betonplaat ons van de bodem, sluit het de duistere krachten uit en organiseert het een podium voor het menselijk leven. De betonplaat definieert zo een binnenruimte waarvan de bomen functioneren als muren en het hemelgewelf als plafond. Het statuut van het bos verandert zodra je binnentreedt in de open kamer. Plots beschouw je het bos als directe omgeving.

De deur blijft wel een opvallend element in de open kamer.  De reflectie van het bos in het spiegelende oppervlak laat de deur opgaan in de groene omgeving, al was de spiegeling van de deur naar verluidt nog niet schitterend genoeg uitgevoerd. De deur heeft weinig nut, maar is wel uitgevoerd met alle toebehoren – scharnieren, slot, klink – en het zware deurblad valt stevig in het kader. De positie van de deur aan de overzijde van de betonplaat, toch als je het kunstwerk benadert komende van op de centrale dreef, lijkt te suggeren dat het eerder om een doorgang gaat. De deur is niet langer een opening in de muur die toegang biedt tot de individuele kamer, maar eerder een doorgang vanuit de kamer naar een parallelle werkelijkheid in het zorgcentrum.

Het brengt ons op de ietwat excentrische locatie van de open kamer binnen de zorgcampus, nauwelijks zichtbaar vanop de centrale dreef. Gewapend met vier stokjes en een touw trok de kunstenaar het bos in op zoek naar de meest geschikte locatie. Een halve dag later kiest hij een ongebruikt stuk bos aan het einde van de zorgcampus, waar de kamer een plaats inneemt tussen bomen en struikgewas. Op deze plaats definieert het kunstwerk een andere plek in het zorgcentrum, een plaats waar de grenzen van werkelijkheden verschuiven. De Open Kamer schept zo een ruimte mogelijkheden, eerder dan vastgelegde functies. Al naar gelang het moment is de Open Kamer een uitwijkplek, ontmoetingsplek, podium of zelfs decor voor trouwfoto’s.

Het eigenzinnige programma van de Open Kamer wijst zo op wellicht de moeilijkste ontwerpuitdaging voor de inclusie van personen met een mentale beperking. De vormgeving van residentiële voorzieningen is al bij al een gemakkelijke opdracht in vergelijking met de inrichting van publieke ruimte als plaats van ontmoeting en confrontatie. In de Open Kamer zitten alvast stopcontacten verscholen onder de betonplaat voor de aansluiting van muziek, beeld of verlichting. De open kamer ligt tegelijk dichtbij de wandelroutes en schept zo een mogelijkheid om voorbijgangers binnen te trekken. Het kunstwerk vormt zo een onverwachte plek waar zorg naar buiten treedt en buitenstaanders onvermoed deelnemen aan de wereld van zorg.

Artikel gepubliceerd in Psyche 34 (3), uitgave van het Steunpunt Geestelijke Gezondheidszorg, juni 2022.

Beeld: Kurt Deruyter

 

Tags: Care

Categories: Architecture

Type: Article

Share: