Article

De les van een verzorgde ruïne

Herman Roose en Gideon Boie


15/06/2021, VIEWZ

Image: Filip Dujardin

Een oud gebouw in een psychiatrische centrum wordt dan toch niet afgebroken, maar opnieuw ingezet als monumentale buitenruimte. De afbraak van het Sint Jozef paviljoen wordt gestaakt en het gebouw wordt toegankelijk gemaakt door alle vensters om te vormen tot deuropening. De ruimte wordt bovendien uitgerust met enkele serres, zitkuil, open haard en tuinmeubilair. Het geheel wordt keurig afgewerkt met grind dat van buiten naar binnen loopt. Een boom groeit doorheen het dak. Het krijgt de officiële naam: Kanunnik Petrus Jozef Triestplein, eerbetoon aan de stichter van het centrum. Wat is de functie van het gebouw? Wordt het dak ooit terug gedicht? Wie zal het zeggen.

Het Kanunnik Triestplein ging inmiddels de wereld rond. De open ruïne zonder programma werd veelvuldig becommentarieerd in de vakpers en werd overladen met prijzen. Na een eervolle vermelding in de Prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor Architectuur 2017 volgde internationale erkenning met een Special Mention in de European Prize for Urban Public Space 2018 in Barcelona, finalist in de Mies van der Rohe European Union Prize for Contemporary Architecture 2018 opnieuw uitgereikt in Barcelona. Klap op de vuurpijl was de Zilveren Leeuw op de prestigieuze Architectuurbiënnale van Venetië in 2018. Daarnaast won het project ook de Community Gold Award Henry van de Velde in 2019.

 

De internationale erkenning toont hoe het Triestplein onverwachts een ijkpunt geworden is. De monumentale buitenruimte lijkt voor velen te functioneren als spiegel voor het hedendaagse denken over zorgarchitectuur. Er is dan ook geen groter verschil denkbaar tussen de gebruikelijke functionaliteit van ziekenhuisarchitectuur en een keurig verzorgde ruïne, waar je zelfs binnen toch buiten staat. In de architectuurbiënnale van Venetië werd het project gelauwerd als freespace, een ruimte waarin vrijheid gestalte krijgt en een andere manier van denken zichtbaar wordt. Evengoed in het discours van de zorg spreekt het Triestplein tot de verbeelding en staat het symbool voor de plaats die het alledaagse leven kan krijgen in de institutionele context van zorg.

 

Dat KARUS in deze selectie mocht aanschuiven was een bijzondere bevestiging van de wending die het psychiatrisch centrum genomen heeft. Het Triestplein was immers geen vooropgesteld bouwproject, maar eerder een toevallig resultaat in de marge van een veel ruimere visieontwikkeling rond de betekenis van architecturale kwaliteit in het psychiatrisch centrum. De inzet was het opstellen van een ruimtelijke masterplan met het oog op nieuwbouw voor een crisiseenheid en een afdeling voor kinderpsychiatrie. Een grootscheeps afbraakprogramma moest hiervoor plaats maken. Het Triestplein is het levend symbool van het recursieve moment waarin het kader van de visieontwikkeling deel werd van de discussie.

 

De visieontwikkeling loopt sinds 2014 onder de noemer: ‘het psychiatrisch centrum van de toekomst’. Het is een participatief traject waarin medewerkers, bestuur, directie, artsen, patiënten, bezoekers met architecten in gesprek gingen over de toekomst van de psychiatrische instelling. De bedoeling was om te komen tot een definitie van architecturale kwaliteit voor de nieuwe gebouwen. Ondertussen werd ook nagedacht over de kwaliteit van de groene buitenruimte op de campus én de relatie van het psychiatrisch centrum met de omgeving. Het psychiatrische centrum moest evolueren van een ziekenhuisomgeving naar een plaats die een goed gevoel geeft aan de zorgvragers, de medewerkers én het bezoek.

 

De visieontwikkeling resulteerde in de eerste plaats tot enthousiasme onder alle betrokkenen voor de architectuur van het psychiatrische centrum. In die geest werd het plots mogelijk om de afbraak van het erfgoed – opgetrokken in 1908 – in vraag te stellen. In het recursief moment werd het hele proces opnieuw afgelopen, nu in versneld tempo en vanuit totaal nieuwe uitgangspunten. Het Triestplein is hiervan het eerste zichtbare resultaat en trekt vanzelfsprekend veel aandacht. Het belangrijkste resultaat is echter de renovatie van ‘Dageraad’ voor de behandeling van mensen met psychotische kwetsbaarheid, aangezien het erfgoed hier een hedendaagse zorgfunctie kreeg. Ook de oude Wasserij kreeg een nieuw dak in afwachting van een bestemming.

 

Een ander, minder zichtbaar resultaat van de visieontwikkeling ligt in het opdrachtgeverschap. In het opstellen van een complex infrastructureel masterplan ligt een moeilijke knoop in het zoeken naar een werkbare relatie tussen bouwheer en architect. Meer dan ooit werden we geconfronteerd met een kloof van wederzijdse ongeletterdheid. Bouwheer en architect gebruiken dezelfde woorden: ruimte, definitie, mogelijkheden, functie, buiten, binnen, relatie, gebruik,… De inhoudelijke betekenis van deze woorden is echter niet noodzakelijk gelijk voor beide actoren. De spraakverwarring leidde aanvankelijk tot een wederzijds gevoel van ‘moeilijk op verhaal’ komen, want in de betekenis van de woorden schuilt uiteindelijk een kijk op de wereld.

 

De visieontwikkeling voor het masterplan was dan ook in de eerste plaats een ontdekkingstocht. We brachten heterogene groepen samen binnen de verschillende behandelprogramma’s. Artsen, directie, personeel, patiënten, bezoekers, bestuur en architecten gingen in gesprek over de betekenis van ‘kwaliteit van ruimte’ en ‘het psychiatrisch centrum van de toekomst’. De ideeën mochten uiteenlopend zijn, maar waren wel evenwaardig en werden ernstig overwogen in de opmaak van het masterplan. Deze zoektocht kreeg een onverwachte acceleratie met de herbestemming van een half afgebroken stuk erfgoed. Plots ontdekten we verbonden te zijn doorheen de wederzijdse ongeletterdheid.

 

Een tweede leermoment is het opzetten van een co-creatieve relatie van opdrachtgever en opdrachtnemer. In de gebruikelijke opvatting wordt de samenwerking tussen bouwheer en architect gedefinieerd als een tijdelijke relatie van opdrachtgever en opdrachtnemer. De Europese regelgeving gaat uit van deze relatie- en roldefinitie. De bouwheer kiest via een gunningsprocedure een geschikte architect die het programma van eisen vervolgens vertaald in grootte van oppervlaktes, relaties tussen ruimtes, aantal deuren in muren, enzovoorts. Dergelijke lineair proces is denkbaar bij het bouwen van eenduidige utility’s, een zwembad bijvoorbeeld. De architect kan achterover leunen en zich beperken tot het schrijven van een bouwtechnisch verhaal.

 

De wereld van psychiatrie vergt echter een heel complexe architectuur. Met complex bedoelen we niet bouwtechnisch complex, waarin alle definities en functies in elkaar vastgeklikt zitten, maar wel de sociale complexiteit van het betekenisvolle leven dat zich binnen de fysieke ruimte afspeelt. Het gaat dan om behandelen en opvangen van mensen die gezien hun psycho-sociale problematiek door een zeer kwetsbare levensfase gaan. Alsof deze uitdaging nog niet moeilijk genoeg is, gaat het bovendien over het omringen van deze patiënten met een gepaste therapie, het betrekken van netwerk in de behandeling, het mogelijk maken van bezoek in een ziekenhuiscontext, het opbouwen van een betekenisvolle relatie met de omgeving en nog veel meer.

 

Een bouwopdracht in de geestelijke gezondheidszorg vergt een andere samenwerking tussen bouwheer en architect. Complexe architectuur heeft nood aan visie, inspiratie en creativiteit. De participatieve aanpak van de visieontwikkeling bleek hiertoe ideaal, omdat het beginpunt lag in een gelijkwaardig co-creatief proces. Ideeën en verlangens konden condenseren in ruimtes die deel uitmaken van een specifieke context van gebruikers. Het Triestplein toont bovendien hoe deze concepten evolueren onder invloed van nieuwe verlangens. De gebruiker – patiënten evengoed als personeel en alle andere betrokkenen – werd zo co-auteur van het ruimtelijk concept van een psychiatrisch centrum.

 

De weg naar toegevoegde waarde van ruimte in zorg loopt via het perspectief van de gebruiker. Het spreekwoord zegt: ‘the proof of the pudding is in the eating’. Je kan een gebouw aftoetsen met technische voorschriften, maar uiteindelijk is het wel de gebruiker die bepaalt of een ruimte voldoet aan datgene waarvoor het bedacht werd. Het zijn de gebruikers van het psychiatrisch centrum die de toekomst ervan bijgestuurd hebben. De twee nieuwbouwprojecten liggen vandaag nog steeds op stapel, maar ondertussen zorgde de visieontwikkeling voor een andere omgangsvorm met het erfgoed en nog wel belangrijker: voor een andere manier van zorg en therapie, geïnspireerd vanuit een andere ruimtelijke context.

 

 

 

 

Herman Roose, algemeen directeur KARUS

Gideon Boie, docent KU Leuven

Lees meer in het boek ‘Unless Ever People’ uitgegeven door het Vlaams Architectuurinstituut, Antwerpen (2018).

Artikel gepubliceerd in VIEWZ e-zine 2012/2, 15 juni 2021, thema: Ruimte en Zorg.

Categories: Architecture

Type: Article

Share: